Di 15 Sep 2009 - Kees Verhoeven
Op 8 september jongstleden schreef de (Financiële) Telegraaf dat het midden- en kleinbedrijf (mkb) blijft investeren in innovatie, ondanks de crisis. Uit onderzoek (Six Fingers/DBMI) onder 600 beslissers bleek dat het mkb ook nu de innovatiemotor van Nederland is, terwijl grotere organisaties voorzichtiger zijn. Maar liefst 45% van de kleine bedrijven is succesvol in innovatie, tegen 17% van de grotere bedrijven. Wie had dat gedacht?
Ik niet, moet ik u eerlijk bekennen. Uit een onderzoek dat MKB-Amsterdam begin 2009 met de Nederlandse Orde van Uitvinders (NOVU) uitvoerde (en overhandigde aan de staatssecretaris van Financiën de Jager), kwam een ander beeld. Namelijk dat het voor technostarters, uitvinders en het mkb uiterst complex is om hun innovaties daadwerkelijk op de markt te brengen.
De twee onderzoeken lijken elkaar dus tegen te spreken en daarom is het goed dat PvdA Amsterdam mij verzocht eens een stukje over dit onderwerp te schrijven: hoe staat het ervoor met innovatie, in het bijzonder in Amsterdam, en wat kan de gemeente doen om dit te stimuleren, behalve meer (subsidie dus belasting)geld vrijmaken?
Welnu, vanwege het voorspelbare Calimero-effect houd ik niet zo van vergelijkingen tussen kleinbedrijf en multinational, maar in het geval van innovatie is omvang een doorslaggevend aspect. Zo blijkt uit beide onderzoeken.
Belangrijke reden dat kleine bedrijven succesvol innoveren (onderzoek 1) is het concurrentievoordeel om snel te kunnen inspringen op klantbehoeften of regelgeving. Flexibiliteit dus. En eigenzinnigheid, want succesvolle vernieuwers kijken niet naar de concurrenten, accepteren fouten (dus risico’s) en houden het overlegcircuit verre van zich.
Dat –andere- kleine bedrijven juist tegen innovatiedrempels aanhikken (onderzoek 2) komt door hun gebrek aan financiële slagkracht, problemen met kennisbenutting- en bescherming en het risicomijdende overheidsinstrumentarium (subsidiestelsel).
Volgens mij is de samenhangende conclusie van beide onderzoeken nu de volgende: kleine bedrijven zijn in het voordeel waar het gaat om hun eigen karakter en gedrag. In wezen is klein zijn een innovatiebevorderende eigenschap. Echter, waar het gaat om de complexe –gestructureerde- omgeving ondervinden kleine bedrijven nadelen. Afgezien van lef en creativiteit zijn cruciale middelen als geld en kennis gemakkelijker beschikbaar in/voor het grootbedrijf.
Kortom, met al haar goede bedoelingen (subsidies, fiscale prikkels, Innovatieplatform, etc.) strooit de overheid in feite zand in de innovatiemotor, waarbij de Amsterdamse situatie weinig afwijkt van de Nederlandse. Wat moet de overheid nu doen? Simpel, stoppen met het oneigenlijk bevoordelen van grote bedrijven met minder innovatietalent. Ofwel, de innovatieomgeving versimpelen met als bijkomend voordeel dat dit geen geld kost maar juist oplevert.
Dat MKB-Amsterdam de toegang tot markt en publieke middelen voor het mkb wil verbeteren, ligt voor de hand maar het maakt onze innovatievoorstellen niet minder verrassend:
Allereerst minder subsidie en lagere bedragen, maar dan wel tegen vrijere voorwaarden; liever wat minder geld dat flexibel kan worden ingezet dan steeds meer geld dat vastzit en smoort in talloze eisen en criteria. Ten tweede dient er een Amsterdams Innovatie Centrum te komen waar de versnipperde (theoretische) kennis praktisch toepasbaar wordt gemaakt, waar ondernemers prototypes kunnen bouwen en waar uitvinders begeleid worden bij zaken als octrooiaanvraag of open innovatie. Ten derde kan de gemeente innovatie actiever stimuleren via het gericht inkopen en op nieuwe wijze verlenen van opdrachten aan de markt.
Langs dit drieluik kan het mkb als innovatiemotor de Amsterdamse en Nederlandse economie snel uit de crisis trekken.
Kees Verhoeven, 13 september 2009
Kees Verhoeven regeerde eerder op de gevolgen van de economische crisis voor Amsterdam en was te gast in een uitzending van PvdA-TV.
De reden dat kleine organisaties sneller succesvol zijn op het gebied van innovatie is ook dat ze eerder strategisch innoveren. Innovatie is niet alleen gemoeid met productinnovatie, maar ook beter inspelen op de behoeften van de klant, een ander servicemodel en noem het maar op. De mogelijkheden zijn eindeloos. Waar kleine bedrijven inderdaad tegenaan lopen zijn de grote budgetten, die grote organisaties wel hebben. Deze kunnen zij goed gebruiken voor productinnovaties. Andere innovaties willen soms niet van start komen omdat er simpelweg te weinig draagvlak voor verandering in de strategie is binnen de organisatie. het gaat nu toch al goed??
In ieder geval een interessante conclusie die je hebt getrokken, waar ik het goed mee kan vinden.
Stijn Driessen
kleine schepen zijn wendbaarder en kunnen op plekken komen waar grote niet heen kunnen. Grote schepen kunnen wel meer lading bevatten
simpel
hoeft geen ingewikkelde tekst voor te zijn
Anthony
Om te reageren moet je ingelogd zijn.